Bij geschiedenis heb je les
gehad over de Middeleeuwen. Schrijf in trefwoorden op wat je nog weet van de
Middeleeuwen.
Vies. Kastelen. Groot
verschil tussen arm en rijk. Wagenspelen. Zeer godsdienstig. De tijd is van 500
tot 1500 en er was heel weinig hygiëne, men wist toen nog niet wat
ziekteverwekkers waren en wat ze inhielden.
Zoek op wat de drie voornaamste
verschillen zijn tussen Karel- en Arturromans. Maak hierbij gebruik van je
literatuurboek of bijvoorbeeld van het hoofdstuk ridderliteratuur op Internet.
Karel de Grote zijn voorhoofse romans.
Hier gaat het vooral om de (heldendaden van de) ridders, de koning en de zwaardgevechten. De man staat hier centraal,
de vrouw heeft weinig te zeggen en speelt een bijrolletje in het grote verhaal.
Arthurromans zijn hoofs. De liefde is een belangrijk thema in deze verhalen. De
vrouw staat hierin centraal. Er zijn wel ridders, maar dit zijn hoffelijke
mannen die hun jonkvrouw proberen te redden.
Vertaal de eerste 25 verzen van
de Arturroman Ridder metter mouwen in het
Nederlands.
Het verhaal vertelt ons
Dat koning Arthur op dit uur
beschikt over een grote hof in de stad Kardeloet.
Op eerste pinksterdag zag men niet gelijk dat het de koning was die een kroon
droeg.
De koningin was er ook. En menig ridder was er dapper en hoffelijk aan het
werk. (regel10)
De koning had daar fluweel en kostbare stof laten maken.
Hij had vijfhonders mantels en rokken, gemaakt van helder wit hermelijn, met
blauw zijde gevoerd.
Daar waren de ridders en de jonkvrouwen met hun mooie kleding en spullen. Ze
hadden zich mooi uitgedost.
Daar waren 5000 ridders. Zij gedroegen zich voortreffelijk met veel kennis.
Daar gingen de koningen de mis bijwonen met de uitverkorene ridders.
De ridders wisten nu zeker dat de koning langs kwam lopen.
Hoofdstuk 2Leg uit wat de
uitdrukking monnikenwerk - letterlijk en
figuurlijk - te maken heeft met het schrijven van boeken in de Middeleeuwen.
Het was letterlijk monnikenwerk omdat alle boeken in de Middeleeuwen alleen
door de monniken gekopieerd werden. Doordat dit zeer veel werk was, hadden maar
een paar monniken hier tijd voor over. Hierdoor wordt de term monnikenwerk
gebruikt voor klusjes die veel tijd kosten en waar precies werk voor nodig is.
Er zijn prachtige middeleeuwse
handschriften bewaard gebleven. Bijvoorbeeld de Spieghel Historiael van
Jacob van Maerlant. Bekijk een bladzijde van dit boek en omschrijf
kort de betekenis van de volgende termen: gehistoriseerde initiaal,
miniatuur, rubriek, lombarde, marginalia.
Gehistoriseerde initiaal: De grote versierde
beginletters. Het verhaal wordt voor een deel uitgebeeld in deze letters.
Miniatuur: Getekende of geschilderde illustratie. Dit staat midden in
het verhaal als extra ondersteuning.
Rubriek: In het rood aangebrachte tekstgedeelten, die de tekst visueel
structureren.
Lombarde: Grote beginletter, gewoonlijk 1-3 regels hoog. Kleiner dan
gehistoriseerde initiaal.
Marginalia: Randversieringen, soms zeer grotesk uitgebeeld.
Hoofdstuk
3
Tegenwoordig hebben romans een titelpagina. Dat is eigenlijk al
zo sinds de boekdrukkunst. Probeer te
verklaren waarom middeleeuwse handschriften niet zo'n pagina hebben. Betrek in
je antwoord de productie van boeken en de paragraaf lezen en luisteren. Geef
ook aan waarom de middeleeuwse drukkers de titelpagina hebben uitgevonden.
Het was erg veel werk voor de monniken
om dit helemaal over te schrijven. Papier was in die tijd erg kostbaar,
daardoor konden ze deze extra pagina niet maken. De gehistoriseerde initialen
en miniaturen gaven de hoofdlijnen van het verhaal aan.
Leg uit hoe het komt dat elk middeleeuws
boek een uniek exemplaar is.
Elk boek moest apart overgeschreven worden. Elk monnik had zijn eigen
handschrift, en sommigen voegden iets toe of legden iets beter uit op een
andere manier.
Zoek in het fragment van Ridder metter mouwen een vers
waaruit blijkt dat het de bedoeling van de schrijver was dat de tekst hardop
zou worden voorgedragen.
R.44 Wat
soude daer af lange tale?
Vertaling: Waarom zou ik daar veel over vertellen?
Hoofdstuk 4
Noteer kort wat in je opkomt bij het horen van de naam koning Artur.
Een dappere koning die
met de ridders om een ronde tafel zat en oorlog voerde.
Waarom worden Arturromans ook
wel Keltische romans genoemd?
Omdat vooral de kelten
over die verhalen vertelden.
Hoe zijn de verhalen over Artur
op het vasteland bekend geworden?
De Kelten werden teruggedreven naar het zuiden van Bretagne door de
Angelsaksen.
Hoofdstuk 5
Zoek op Internet, in Encarta of een andere bron, informatie over Chrétien de
Troyes. Schrijf iets over zijn leven, vermeld de titels van zijn teksten en ga
in op de betekenis die hij heeft gehad voor de Arturroman.
Hij was de pionier van de hoofse
roman.
Hij schreef vijf ridderromans rond het Arthurthema: Érec et Énide,
Cligès, Lancelot ('Lancelot of De ridder met de kar' - opgedragen
aan de hertogin), Yvain ('Ywain of De ridder met de leeuw') en Perceval ou le conte du Graal
(onvoltooid)
Duidelijk is dat hij veel belangstelling toonde voor het leven en de
liefde aan het hof.
Ook heeft hij werk van Ovidius vertaald of bewerkt.
Leg uit waarom de verhalen over
koning Artur en zijn ridders enorm populair waren aan de Europese hoven.
Naast vermaak boden de Arturromans
lessen in gewenst en ongewenst gedrag, vergelijkbaar met de huidige
etiquetteboekjes. Geen wonder dat de verhalen over koning Artur en zijn ridders
aan de middeleeuwse hoven zo populair waren. Want wie wil er nou niet trendy
zijn en laten zien dat hij weet hoe het hoort?
Leg in je eigen woorden uit wat registrale
kunst betekent.
Vorm
van kunst waarbij ze bekende motieven rangschikken en koppelen.
De middeleeuwse Arturromans
lijken op onze detectives, thrillers of doktersromans.
Verklaar deze bewering.
Ridders moesten vaak
mensen zoeken. De spanning bouwt op naarmate het verhaal verder gaat. Doordat
de ridders vaak iets zoeken en het niet meteen kunnen vinden is de spanning zo
hoog. Ook is er actie omdat ze gevechten aan moeten gaan en een jonkvrouw
moeten redden. Ook was er interesse in de geneeskunst, wat ook erg belangrijk
was bij arturromans.
Arturromans zijn spiegels van
hoofsheid. Onder andere blijkt dit uit de pracht en praal aan het hof en de
manier waarop de ridders en jonkvrouwen met elkaar omgaan.
Ander kenmerk is dat het begin van een Arturroman vaak vaste elementen bevat.
Lees het begin (vers 1 t/m 86) van de Ridder metter mouwen. Noteer:
a.
Welke typische hoofse elementen het fragment bevat.
b.
Welke stereotype beginkenmerken je herkent.
a. Er wordt hoffelijk gesproken. Liefde voor
vrouwen, zij worden op een voetstuk geplaatst. Er wordt ter ere van de koning
gehandeld.
b. Het verhaal begint met een hofscène.
Lees de tekstpagina over de middelnederlandse Arturroman Ferguut en het
fragment met het gesprek tussen Ferguut en de jonkvrouw Galiene. Geef antwoord
op de volgende vragen:
a.
In het gesprek tussen Ferguut en Galiene is sprake van een
miscommunicatie. Welke?
b.
Leg uit of Ferguut een hoofse ridder is die begrepen heeft wat
de hoofse liefde inhoudt?
a. Hij denkt dat Galiene echt
haar hart kwijt is en dat ze zegt dat hij het heeft gestolen.
b. Nee, hij heeft het slecht begrepen. Hij doet niet hoffelijk tegenover
Galiene ( Verdwijn!) en wil liever gaan vechten.
Rond 1100 liepen er op het Europese continent heel wat Waleweins
en Arturs rond. Leg uit waar dat een aanwijzing voor is en waarom.
Heel veel mensen beweerden dat
zij Walewein en Arthur waren, omdat de verhalen erg populair waren. Ook werd
reizen steeds makkelijker, waardoor de ridderverhalen zich makkelijker
verspreidden.
Welk ridderideaal wordt in de Graalromans gepropageerd? Zoek op,
in Encarta, op Internet of een andere bron, met wat voor soort tochten
de opkomst van dat nieuwe ideaal te maken heeft.
Dat men heilig moest zijn, omdat
alleen zuivere mensen de graal kunnen vinden. Dus trouw, eerlijkheid en zonder
zonden.
Hoofdstuk 6
Arturs Ronde Tafel leeft in onze tijd voort in het verschijnsel van de
rondetafelconferentie. Leg uit wat dit verschijnsel te maken heeft met de Ronde
Tafel uit de Arturverhalen.
Niemand zit aan het hoofd van de
tafeldus iedereen is gelijk.
Heel wat plaatsen in Groot-Brittannië worden in verband gebracht
met koning Artur. Op deze kaart zie je er een aantal. Stel, een club
bekenden (vrienden, familie) vraagt jou - want inmiddels ben je Arturdeskundige
- ze rond te leiden langs een aantal bezienswaardigheden waar de geest van onze
legendarische koning nog rondwaart. Stippel deze route uit en besteed daarbij
in elk geval aandacht aan de volgende plaatsen: Tintagel, Winchester, South Cadbury, Glastonbury, Dozmary Pool en
Salisbury. Noteer in welk opzicht deze plaats verband houdt met koning
Artur (wat is er te zien?) en schrijf over elke bezienswaardigheid kort wat
toeristische informatie die je zou kunnen gebruiken tijdens een rondleiding. Om
aan je informatie te komen kun je van Internet gebruik maken, maar bijvoorbeeld
ook van reisgidsen over Engeland. Een hele mooie is die van Dominicus: In de
voetsporen van koning Arthur, geschreven door Nicki Bullinga.
Tintagel: Dit is de geboorteplaats van
Arthur
Winchester: Hier zou het kasteel Camelot gestaan kunnen hebben.
South Cadbury: Hier zou de ronde tafel gestaan moeten hebben.
Dozmary Pool: Hier heeft het magische zwaard Excaliber iets mee te maken.
Salisbury: Hier zou koning Arthur overleden zijn.