Ik deed mijn ogen open,
keek om me heen. Ik zag alleen maar groen. Overal was groen. Of nee,
er was blauw. Ik rook de zoute geur van de zee en de rest kwam in
beeld. Ik was verdwaald, verdwenen van de plek dat ik 'thuis' noemde.
Langzaamaan begonnen de herinneringen terug te komen. Ik zat op een
boot met een aantal anderen, en we vaarden weg van al onze problemen.
De maatschappij was gek geworden. Er waren te veel regels, en de
straffen werden steeds meer aangescherpt voor degenen die zich niet
aan de regels hielden. Het was een gekkenwerk hoe de regering de
mensen oppakte van de straat om belachelijke redenen. Ik moest weg.
Maar hoe kwam ik hier?
Ik stond op en begon de
omgeving te bekijken. Ik zag de boot liggen, aangestrand, en een
aantal voetstappen. Het zag erna uit dat we hadden opgesplitst. Ik
pakte een tas met eten en drinken uit de boot en besloot verder het
bos in te lopen. Toen ik een aantal uur verder aan een oever van een
rivier uitruste, hoorde ik ineens geritsel om me heen. Ik draaide me
langzaam om en zag een beer op me aflopen. Ik wist dat je niet moest
wegrennen, dieren zijn geneigd om juist het kat-muis spel te spelen.
Toch begonnen mijn benen te bewegen en rende ik naar de rivier: De
beer zou mij toch niet achterna komen? Ik hoorde toen in eens een
geluid dat erg leek op een pijl dat door de lucht vliegt. Ik keek om
en zag de beer dood liggen, met een pijl door zijn kop. Ik keek om me
heen maar zag geen enkel mens in mijn nabije omgeving. Ik deed net
alsof ik verder ging met wandelen maar draaide na een aantal meters
weer om, terug naar de plaats delict. Ik zag toen dat een aantal
mensen het beest begonnen te verslepen. Ik achtervolgde ze en na een
aantal honderd meter begon er een huis in het zicht te komen. Een
'huis' zou ik het ook niet noemen, het was meer een hut. Alles zag er
heel primitief uit, evenals de kleding die de mensen droegen nu ik
erop lette. Er was geen electriciteit te bekennen, wat in onze
samenleving centraal staat. Het werd donker en ik besloot in een boom
te klimmen en daar te overnachtten. Ik werd weer wakker in de nacht
toen ik weer geritsel hoorde. Dit keer was het geen beest, maar zag
ik een aantal mensen richting het huis sluipen. Het was duidelijk dat
deze mensen niet bij de andere familie hoorde. Ik was zo gefasineerd
dat ik bijna uit de boom viel toen ik, wederom, het geluid van pijlen
die door de lucht vlogen, hoorde. Er viel een persoon neer en de
anderen verstijfden. De groep uit de hut kwam naar buiten, brullend
en tierend. Toen de andere mensen dichterbij probeerden te komen werd
het gebrul harder. Na een paar minuten gingen de mensen weer weg, en
begon de groep van de hut weer wat rustiger te worden. Ik was zo
verbaasd over wat ik zag, dat ik niet doorhad dat de boom waarin ik
zat geluid begon te maken. De mensen keken ineens mijn richting op en
ik verstijfde. Ik kreeg op dat moment door hoe het er hier aan toe
ging. Dit was geen maatschappij zoals ik het kende. Er waren geen
geschreven regels, maar dat betekende niet dat er chaos was. Nee,
zeker geen chaos, ook al zouden wij dat denken. Er waren duidelijk
regels die gevolgt moesten worden. In onze maatschappij werd je
openbaar gestraft voor de fouten die je maakte, maar hier was dat
totaal anders. Ja, je werd zeker wel gestraft voor de fouten. Deze
fouten waren echter ongeschreven regels die verbroken werden. Het was
oeroud. Zo leefden de mensen vroeger, niet nu. Ik begon me steeds
meer af te vragen wat er beter was. Zou het beter zijn als we terug
gingen met onze maatschappij, in plaats van steeds maar naar de
toekomst te kijken? Het leek dat de mensen hier toch beter de regels
volgden dan dat ze in ons land deden. Hier wisten de mensen niet hoe
groot de straf was die ze zouden krijgen bij het verbreken van de
regels, alleen maar dat er een straf zou komen. Het leek alsof er
hier meer orde was dan in onze maatschappij, waar alle regels
geschreven waren en door allen herkend waren. Het leek heel
onrealistisch dat juist in een land waar niets duidelijk was
beschreven, toch meer duidelijkheid en orde was. Was er dan toch nog
orde te vinden in chaos?
Isis,
BeantwoordenVerwijderenLeuk dat je deze opdracht hebt gekozen!
Daarbij is het ook een goed geschreven verhaal en heb je je goed aan de opdracht gehouden.
In het begin gebruik je wel veel keer het woordje 'ik', daardoor was de tekst daar ietwat eentonig.
Wel laat je in het laatste stuk goed naar voren komen dat er iets met probleem gedaan kon worden; je zet de lezer dus goed aan het denken.
Een leuk en goed geschreven verhaal!
Lisanne